|
Meer dan 1200 mensen ondersteunen de brief die de redactie van de grafische elektronische nieuwsbrief “BullEtin” dit weekeinde naar de curator in het Salland de Lange-faillissement heeft gestuurd. In de brief wordt curator mr H.J. de Groot in Deventer opheldering gevraagd over het faillissement van Salland de Lange, de snelle (geregisseerde) doorstart...
...met de overname door Giethoorn terwijl er volgens een aantal betrokkenen wel degelijk meer kandidaten waren en er zelfs al maanden een ‘letter-of-intent’ lag met de Perlee-groep voor de overname van Salland de Lange. ‘De gang van zaken rond dit faillissement vinden wij verontrustend en indruisen tegen ons gevoel van rechtvaardigheid en van wat betamelijk is,’ aldus Hans Schoolenberg, de man achter ‘BullEtin’, in de brief. Hieronder vindt u de volledige brief.
Brief aan de curator van Salland de Lange Mr.H.J. de Groot Postbus 6150 7401 HD Deventer,
Amsterdam, 19 november 2007 Betreft: F.07/376. Weledelgestrenge Mr. H.J. de Groot, Naar aanleiding van de doorstart van Salland de Lange BV richten wij ons tot u. De gang van zaken rond dit faillissement vinden wij verontrustend en indruisen tegen ons gevoel voor rechtvaardigheid en van wat betamelijk is. Een ieder die in de grafische sector ondernemer is of in dienstverband zijn inkomen genereert zal ernstige vraagtekens plaatsen bij de voortvarende doorstart van voornoemde onderneming. De overname partij is een grote speler binnen de grafische wereld. Het is ook niet zozeer tegen de Giethoorn Groep dat onze bezwaren zich richten. Zij doen datgene wat ze moeten doen: voor zo min mogelijk geld zoveel mogelijk zien te krijgen. Daarvoor is op de rand lopen vaak nodig. Het juridische apparaat dient echter te borgen dat bedrijven in hun ijverige nastrevingen niet over de rand gaan. Het juridisch apparaat dient een al teveel voortvarendheid een halt toe te roepen. Ook in dit geval zien we wat onze sector betreft weer een volgens ons geregisseerde doorstart mogelijk gemaakt door u als curator. Dat minder juridisch geschoolde lieden daar hun vraagtekens bij zetten zegt veel over onze faillissementswetgeving... Wij menen ons echter toch tot u te moeten wenden. U laat de overnemende partij wel heel erg over de rand lopen. Waarbij met name de enorme snelheid ons de wenkbrauwen doet fronsen. Wat is namelijk het geval. De firma Salland de Lange heeft in de voorzomer een letter-of-intent [1] tot overname getekend (dat is in de vakpers breed uitgemeten) met de Perlee groep. Niets mis mee. Meneer Perlee neemt de tijd tot eind november om te onderzoeken of de gevraagde prijs en de geleverde verkoopinformatie klopt. Dat is overeengekomen. Ook Salland is wat dat betreft gebonden. De onverdachte Perlee groep doet gewoon wat ze moet doen. Ze neemt daar misschien wat veel tijd voor maar daar was Salland bij! Dan ergens begin november – dus een maand voor het aflopen van die letter-of-intent termijn - ziet Salland de Lange moverende redenen om ineens Perlee onder druk te zetten tot een versnelde overname. Perlee laat zich terecht niet onder druk zetten en zet alles stop. Waarop de huisbankier besluit de kredieten op te zeggen en het aanvragen van het faillissement de enige uitweg lijkt. 5 november wordt het faillissement uitgesproken – dagen later: de 8e wordt dat pas gepubliceerd. En dan de 6e blijkt er ineens al weer een doorstart te zijn door toedoen van de firma Giethoorn. Dus de 5e het faillissement en halverwege de 6e de doorstart. Dat roept om vragen. Niet alleen bij mij maar bij minimaal nog 1000 grafische bedrijven in Nederland die deel uitmaken van onze ledenkring. Hoe is het mogelijk dat een redelijk complexe situatie – letter-of-intent (in feite een voorlopig koopcontract) u binnen 24 uur zeker weet dat de markt gewerkt heeft en dat de Giethoorn-groep het beste bod heeft gedaan? Wij hebben alle vertrouwen in de wetenschappelijke opleidingen in Nederland, maar dit kan niet waar zijn. Natuurlijk zullen de mensen van de Giethoorn-groep gezegd hebben dat een snelle doorstart nodig was om geen klanten te verliezen. Terecht. Maar dat is een onderhandelingsstrategie om druk te zetten. Dat zou elke andere kandidaat op welk moment die zich ook aanbiedt gezegd hebben. In die zin is het geen onderscheidend argument. Iemand die zich op de 6e aanbiedt realiseert zich dat ook. En wat is daar mis mee? Met uw besluitvaardigheid had iemand die zich op de 6e aandient op de 7e al in de lucht kunnen zijn. Natuurlijk wordt er nu gepronkt met het feit dat er 30 man hun baan behouden. Maar daar staagt tegenover dat er 30 hun baan verliezen! Volgens ons heeft u zich onder de verkeerde druk laten zetten. Banken en ondernemers als Giethoorn – waarover niets dan goeds – zijn de apologeten van de vrije markt economie, maar als het ze uitkomt zoeken ze de luwte van een afgeschermde markt – afgeschermd door de curator. Want als de markt toch echt open en vrij zou zijn dan behoort Salland te verdwijnen – niet fit voor de markt. De werknemers zijn het slachtoffer en natuurlijk de schuldeisers. De omzet komt op een vrije markt terug en die wordt door de vrijelijk concurrerende ondernemingen weer opgeslokt. Zo iets moet dat dan zijn. Wij zijn daar geen voorstander van. Maar het opportunisme door banken en grotere ondernemingen ten toon gespreid maakt u tot bondgenoot. U weet namelijk helemaal niet of u het beste voor de boedel gedaan heeft. Waarop baseren wij dat: De enorme snelheid kan een serieuze afweging in de weg staan De definitie van de situatie heeft u overgelaten aan de overnemende partij. Wij weten dat er andere serieuze kandidaten zich de 6e gemeld hebben – dus voor de publicatiedatum. Die kregen te horen dat u al in vergaande besprekingen was met een ander. Dit waren serieuze uit de regio afkomstige partijen – en qua face-value zeker niet minder dan de Giethoorn groep. Die partijen hebben hun verbazing bij u geuit en kregen te horen dat er zaken al ver voor het faillissement voorbereid waren – dat gaf u in woorden van gelijke strekking – als excuus. Kijk en daar worden wij nu een beetje boos om. U behoort te weten dat een doorstart niet voor het faillissement voorbereid mag worden! Leest u er de reglementen van uw beroepsgroep nog maar eens op na. Verder had u kunnen constateren dat de directie, terwijl er een letter-of-intent lag, dus daarnaast onderhandelingen voerde – zoals u aangaf – met anderen die van een dusdanige aard waren dat u binnen 24 uur de zaak kon afmaken. Ook dat kan niet. Is dat niet iets in de sfeer van bestuurdersaansprakelijkheid? Zitten die directeuren bij de mannen die geen baan krijgen? Als we de voortvarendheid hiervan zien – het voorkoken onder het regime van een letter-of-intent, het snel doorstarten: wat is dan de rol van de bank? In feite werd door het handelen van de bank het faillissementsmoment bepaald. Is die bank toevallig ook niet de huisbankier van de Giethoorn groep? Kortom, u werkt mee aan een ontwikkeling die laakbaar is, waar faillissementen als ‘management tool’ ingezet worden. U doet dat op basis van informatie die niemand heeft, in een snelheid die ongekend is waarbij alert reagerende marktpartijen voor een koopje omzet halen. Het zijn de grotere grafische groepen in Nederland die hiervan een huisstijl lijken te maken. Ze doen het met regelmaat omdat ze weten dat ze op het juridisch apparaat kunnen vertrouwen. In gevoelige zaken zou enige zorgvuldigheid – met de nadruk op enige – op zijn plaats zijn. Het heeft geen pas dat de curatoren helpen de interpretatie van de faillissementswet, zoals die door banken en grotere ondernemingen gekoesterd wordt, over te nemen. Zij dienen die strikt te bewaken met oog voor wat betamelijk is. Het gekke is dat we bovendien nog weken op enige vorm van verslaglegging mogen wachten. Die verslaglegging is in die zin dan ook niets anders meer dan een schaamlap geborduurd met onomkeerbare feiten. Als een beroep op de WOB niet zo traag was zouden wij een eerdere rapportage kunnen eisen. Nu kunnen we alleen maar in verbazende verontwaardiging toekijken. Wij hopen uw reactie spoedig te mogen ontvangen, Vriendelijk groetend, Hans Schoolenberg namens 1000 (grafische) ondernemers in Nederland P.S. Een kopie van deze brief stuurden wij naar de Rechter Commissaris en naar de economieredacties van de landelijke pers
|