robstolk: de drukkerij die weigerde die gewoon te worden
Ze hadden een ISO-certificaat kunnen behalen en lekker mee kunnen draaien in de efficiencyrace. Maar dat doen ze niet. Drukkerij robstolk, geboren uit de Amsterdamse Provo-beweging, is sinds de overname al een gevestigde naam in de grafische industrie en hanteert al decennialang een bedrijfsmodel dat geworteld is in eigenwijsheid. Met succes. Ruim 40% van de omzet komt uit het buitenland. Hoe het provoceren van techniek hun broodwinning en beste exportproduct is geworden. ‘We werken voor New York, Londen, Parijs, Australië, Mexico. Je kunt het zo gek niet bedenken.’
Het bedrijf robstolk bestaat al een halve eeuw. Maar niet iedereen kent de oorsprong. Hoe is het eigenlijk ontstaan?
‘Uit pure noodzaak. In de jaren zestig weigerden de meeste drukkerijen materiaal voor de Provo’s te drukken zoals manifesten, posters, oproepen. Te gevaarlijk, te links, te oncomfortabel. Rob Stolk, een van de bekendere Provo’s, dacht op een gegeven moment: dan doe ik het gewoon zelf. Hij had ook affiniteit met de techniek. Zo is het begonnen. Later heeft hij zijn archief verkocht aan het Stadsarchief Amsterdam, en van dat geld kocht hij zijn eerste echte machines.’
Dat anarchistische DNA, zit dat er nog in?
‘Niet per se. Sinds het begin hebben we een eigen koers uitgezet. Eén die weliswaar paste bij het type bedrijf dat we overnamen, maar die was gebaseerd op onze eigen, onafhankelijke idealen. We zijn gewoon een beetje eigenwijs. Eigenwijs in de keuzes die we maken, in wat we graag willen drukken en in hoe we met klanten omgaan. Dat is niet hetzelfde als anarchistisch.’
En die eigenwijsheid heeft jullie gebracht waar jullie nu staan?
‘Ja, maar niet zonder risico. We hebben dit bedrijf in 2003 overgenomen en het financiële plaatje moest gewoon kloppen, vanaf dag één. Dat dwingt je om keuzes te maken en daar ook achter te staan. Vanaf het allereerste begin hebben we ervoor gekozen om ons te richten op hoogwaardig drukwerk; niet op het middensegment, maar op een product dat mooi is en werk waar we zelf trots op zijn. Wat wij verdienen, investeren we terug. In machines, in mensen en in kennis.’
Jullie zijn ook twee vrouwen aan het roer van een drukkerij. Is dat bijzonder?
‘In de grafische industrie? Ja. Leveranciers die hier binnenkomen zeggen letterlijk: “Dat had ik nou echt niet bedacht, dat jullie een van de weinigen zouden zijn die overblijven.”’

Hoe maken jullie het drukwerk anders dan andere drukkerijen?
‘Het begint al met de cultuur. Bij veel drukkerijen word je als klant netjes in een kantoor geparkeerd en krijg je een drukvel voorgeschoteld. Bij ons lopen de klanten gewoon mee. Ze zitten aan de prepress, staan bij de pers, kunnen kijken, bijsturen en meemaken hoe hun werk geboren wordt. Klanten die uit Londen of New York overkomen, bivakkeren hier letterlijk een paar dagen. Daarnaast werken wij nooit met pdf-bestanden maar altijd met open bestanden en beelden in rgb. We hebben vier lithografen in dienst. Dat geeft aan hoe wij met kwaliteit bezig zijn. We drukken waar mogelijk altijd in vijf kleuren, en met een hele goede reden.’
Technisch zijn jullie ook geen gemiddelde drukkerij. Van waterloos drukken naar HR-UV offset en een FM3-raster. Leg eens uit.
‘Techniek is altijd in ontwikkeling. Tegelijkertijd moet je er helemaal voor gaan als je ergens in wilt uitblinken. We zijn bijvoorbeeld ooit volledig waterloos gegaan. Volledig, want dat is het punt. We konden de leverancier van onze drukpers destijds niet overtuigen om deze om te bouwen tot een waterloos systeem, dus hebben we het zelf gedaan. Met touw, elastiekjes en grote ventilatoren hebben we eraan gesleuteld totdat het werkte. Zo zijn we dat avontuur ingegaan.’
‘Toen we uiteindelijk ontevreden raakten over de droging en toe waren aan vervanging van de drukpers, zijn we op zoek gegaan naar een nieuwe techniek. Dat werd in 2012 de KBA half-formaat met HR-UV droging. Hiermee werden zaken als overzetten, drogen en ghosting getackeld. In 2019 stapten we over naar de dubbel zo grote HR-UV KBA met vijfkleuren.’
‘Elke technische investering is een startpunt. Dat geldt ook voor onze keuze voor Agfa FM3 in plaats van conventionele of hybride rasters. We waren lange tijd kritisch en behaalden niet meteen de gewenste resultaten, maar we bleven ermee testen en kregen het uiteindelijk onder de knie. Als je dan toch de knop omzet, doe je dat volledig. Of je kiest, of je kiest niet.’
Wat levert die technische keuze op?
‘Precisie die anders niet te behalen is. Zo hadden we een klant die al drie keer elders had geprobeerd witte sneeuwlandschappen te drukken, met een 2%-opbouw in de achtergrond. Dat leverde niet het beoogde resultaat op. De desbetreffende drukker heeft toen haar klant naar ons doorverwezen en wij hebben met 1% achtergrondpunt een consistent gebouw neer kunnen zetten. Dat is geen magie, maar het resultaat van techniek die je volledig beheerst én de drukkers die er van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan werken.’
Jullie noemen dat zelf topsport.
‘Letterlijk. Geen dag is hetzelfde. Papier dat met 25% relatieve vochtigheid uit de vrachtwagen komt. Een koude pers in de ochtend en een ingewikkelde klus aan het einde van de dag. Je moet nadenken, anticiperen. We hebben zelfs papier gehad waar roet in zat en wat niet door de pers ging. Uiteindelijk is het ons, met meedenken van de papiergroothandel, toch gelukt.’
‘Je blijft altijd verrast worden door iets. Het feit dat je er op zulke momenten niet alleen voor staat, maar op je leverancier kunt rekenen, is cruciaal en niet iets om als vanzelfsprekend te beschouwen. Dat geldt ook voor onze samenwerking met binders.’

En dan de vraag die de hele grafische industrie eigenlijk stelt: waarom offset? Digitaal kan toch ook?
‘Tot nu toe hebben we niet één machine gezien die het volume én de kwaliteit kan maken die wij willen. We hebben zelfs getest. Een machineleverancier liet ons op de beurs fantastische demo’s zien; Ferrari’s, katjes, knalkleur. Het resultaat van wekenlang werk door vakmensen die het speciaal voor de beurs hebben klaargezet. Naar aanleiding daarvan hebben we herhaaldelijk getest op ongestreken papier. Het antwoord bleef hetzelfde: de technologie voor ons segment bestaat gewoon nog niet. Overigens is het meeste drukwerk niet naar digitaal gegaan, maar naar het beeldscherm. Dat is iets anders.’
Meer dan 40% van jullie omzet komt uit het buitenland. Hoe is dat zo gegroeid?
‘De hoeveelheid drukkerijen in de wereld is dramatisch gekrompen en de klanten die iets bijzonders willen, zijn op zoek gegaan naar waar dat nog wél kan. Wij zijn daardoor gegroeid. Daarnaast zijn veel van de boeken die wij maken bestemd voor internationale fotografie- en kunstbeurzen. Klanten houden daar ons werk vast en dat is indirect ons visitekaartje. We werken voor New York, Londen, Parijs, Australië, Mexico. Je kunt het zo gek niet bedenken. We hebben nu een naam opgebouwd en potentiële klanten zeggen: “Als ik iets moois en goeds wil, dan gaat robstolk dat maken.” Dan weet je dat je naam hebt, maar ook een kwaliteitsmerk bent.’
Terugblikkend: is er één project dat blijft hangen? Iets waar jullie echt trots op zijn?
‘Onmogelijke vraag. Elk boek heeft evenveel liefde gekregen van ons én van de klant die er alles in heeft gestopt.’
Maar er is toch iets dat symbool staat voor wat jullie kunnen?
‘Ook een onmogelijke vraag. Er zijn nog steeds nieuwe uitdagingen. Dat komt omdat ieder project anders is. Dat heeft zijn uitdagingen, maar houdt ons ook scherp. Bovendien vinden wij het een leuke opgave. We drukken voor mensen die er verstand van hebben, of die iets willen onderzoeken. Ze leveren geen pdf aan met de mededeling “Doe maar wat”. Ze komen mee, kijken goed en hebben een visie. Dat dwingt ons om op ons allerbest te zijn, en dat vinden wij eerlijk gezegd gewoon prettig. Het is de signatuur van werken met robstolk waardoor ook internationale klanten hun werk hier laten maken.’
Zijn er duidelijke cultuurverschillen in hoe je met die internationale klanten omgaat?
‘Enorm. Een Duitser loopt alles procesmatig af. Een Fransman laat je in z’n waarde; maak geen grapjes bij de eerste ontmoeting. Engelsen waarderen humor, direct contact. We hebben zelf geleerd, met een Franse klant destijds, dat we soms gewoon te direct waren. Te eerlijk in onze mening naar Franse verhoudingen. Die les hebben we onthouden.’

Waarom kiezen buitenlandse opdrachtgevers voor een bedrijf uit Amsterdam?
‘Amsterdam heeft een goede reputatie als het gaat om high-end drukwerk en vergeet niet dat het internationaal goed op de kaart staat. Dat je in Amsterdam zit is een pré voor onze internationale klanten. We halen ze op van Schiphol, brengen ze naar het hotel, werken hier een hele dag. Dat zijn allemaal voordelen die robstolk en Amsterdam bekender maken.’
Speelt ook de reputatie van Dutch Design mee in jullie internationale aantrekkingskracht?
‘Jazeker. Nederland heeft internationaal een reputatie als het gaat om Dutch Design. Ook in het grafische design met typografie, kwaliteit en boekbinden hebben we een naam. Deze drukkerij in cultuurstad Amsterdam is wat ons betreft de perfecte combinatie.’
Jullie zijn niet de goedkoopste. Hoe houden jullie dat staande?
‘Onze klanten snappen waarom wij duurder zijn, anders zouden wij geen bestaansrecht hebben. Er is een bodem. Die hebben we jaren geleden bepaald en we zijn er nooit onder gegaan. We zijn al vaker teleurgesteld geweest; ontzettend veel tijd in iets gestoken, en dan kiest een klant toch voor de goedkopere optie. Dat is pijnlijk, maar we gaan daar niet in mee. Want waarom bestaan wij nog? Omdat we dat niet hebben gedaan. Goed werk is niet duur, het is eenvoudig de prijs die het moet kosten.’
Wat is jullie antwoord als een internationale klant vraagt: waarom robstolk?
‘Het geld dat je hier uitgeeft, krijg je terug in iets waar je geen spijt van hebt. We maken avontuur. Klanten komen hier en zien hun eigen product geboren worden. Dat is geen beeldspraak: ze staan letterlijk aan de pers, ze zien het drukvlak verschijnen, ze ruiken de inkt. Wij zijn de kraamkamer voor onze klanten. Hun levenswerk ziet bij ons het levenslicht. Inkt, papier en bijzondere afwerking. En goedkoop is duurkoop, dat weten we allemaal.’
Nieuwsgierig?
Bij robstolk in Amsterdam ben je welkom om hun werk(plaats) te zien en te voelen. Of kijk online: www.robstolk.nl - www.instagram.com/robstolk.amsterdam
Over dit interview
Dit artikel is gebaseerd op een gesprek met de eigenaren van robstolk, Jacqueline van As en Tanneke Janssen, en Freek Kuin als creatieve duizendpoot. Samen met het team van tweeëntwintig betrokken en kundige collega’s werken zij nauw samen met uitstekende leveranciers om het beste uit al hun projecten te halen.
Foto boven: De directie van robstolk met geproduceerde werken, met respectievelijk links en rechts de eigenaren Jacqueline van As en Tanneke Janssen, en in het midden de creatieve duizendpoot Freek Kuin.
Tekst: Dharminder Biharie / Fotografie: Pim Ras.
Wil je de Made in Holland-editie van PRINTmatters magazine thuis ontvangen? Neem een proefabonnement en kies voor nalevering.